Om pubers beter te begrijpen en te kunnen begeleiden ben ik op zoek gegaan naar wat er allemaal op theoretisch en wetenschappelijk gebied geschreven en beweerd wordt. De wetenschap heeft zeker niet stilgezeten en met de voortschrijdende techniek krijgen we steeds meer inzicht in hoe het puberbrein werkt en wat dat voor invloed zou hebben op het gedrag van de puber.

De theorie dat er gedacht werd dat pubergedrag veroorzaakt werd door een ‘onrijp brein’ is inmiddels ook al weer achterhaald, terwijl dat nou juist een fijne verklaring was voor het impulsieve en dwarse gedrag van de puber. Het probleemgedrag van de puber zou te verklaren zijn doordat de voorste gebieden van het puberbrein – de prefrontale cortex, die onder meer een rol spelen bij plannen en organiseren, stellen van prioriteiten en impulsbeheersing – nog niet genoeg ontwikkeld waren.

Een ander gebied in de hersenen dat in de puberteit heel gevoelig is en onder invloed van de puberhormonen heel actief is, is het emotionele systeem (nucleus accumbens). Dit systeem is erg gevoelig voor beloning en spanning. Maar die emoties  -die nogal eens de bocht uit dreigen te vliegen – hebben pubers juist hard nodig om zich helemaal te richten op nieuwe ervaringen, het ontwikkelen van creatieve denkstijlen en het aangaan van sociale relaties (het proces van losmaken van ouders, zelfstandigheid en eigen identiteit) . Het erbij willen horen, je een plek in de sociale omgeving veroveren is essentieel voor een puber. En juist deze sociale ervaringen hebben veel invloed op de ontwikkeling van andere hersendelen.  Je zou dus kunnen zeggen dat de pubers die emoties juist nodig hebben om die andere hersendelen in de prefrontale cortex (waarvan wij vinden dat ze die meer en beter moeten gaan gebruiken!) te activeren en te ontwikkelen.

Door dit inkijkje in het raadsel van het puberbrein zouden wij met meer compassie naar de puber kunnen kijken en is hun lastige en impulsieve gedrag beter te begrijpen. En al geven ze vaak signalen af dat ze ouders en opvoeders niet meer nodig hebben en het zelf wel kunnen, is het tegendeel waar.

Hieronder een aantal citaten uit het boekje: Puber Leaks. Op de achterkant van het boekje staat oa: leg alle boeken van sociologen, therapeuten en andere betweters opzij, want nu is het de beurt aan Paul Bühre: vijftien jaar oud en ervaringsdeskundige.

“Van het ene moment op het andere wordt alles me te veel en kan ik me niet voorstellen dat ik mijn leven op de rit zal krijgen. Bij mij helpt het om erover te praten of om een droevige/mooie film te kijken of te sporten om op andere gedachten te komen. Soms verdwijnt het dan even snel als het gekomen is, soms wil het gewoon niet weggaan. In ieder geval heb je iemand nodig om mee te praten, iemand die naar je luistert. Soms kom je er zonder hulp of een schop onder je kont van vrienden of familieleden gewoon niet meer uit. Zo is dat bij mij tenminste. Liever iemand die op de man af zegt dat hij er genoeg van heeft dat ik de hele tijd op de bank voor me uit lig te staren, dan iemand die me voorzichtig vraagt of ik niet zin heb om iets nuttigs te gaan doen. Hoewel het voor anderen niet altijd gemakkelijk is om op de juiste wijze te reageren.”

 “Ik vind het vreselijk moeilijk om naar adviezen van anderen te luisteren, maar als ik het doe, levert het meestal wel iets goeds op. Over je eigen schaduw springen is hiervoor de juiste uitdrukking. De eerste keer is het moeilijkst, na verloop van tijd wordt het iets eenvoudiger om erover te praten. Maar het is elke keer weer een uitdaging. Mijn ouders hadden destijds gelukkig snel door wat er aan de hand was en daar ben ik ze nog steeds dankbaar voor. Op zulke momenten is het goed om te weten dat je er niet alleen voor staat. Wat niet wil zeggen dat ouders hun kind moeten bespioneren en zijn dagboeken zouden moeten lezen. Maar dat ze echt zouden moeten proberen te begrijpen hoe het met hem gaat. In dit geval is vragen uitdrukkelijk en toegestaan, zelfs als de persoon in kwestie zich ertegen verzet. Zelf heb ik van die dagen dat ik niet wil praten, maar het tegendeel bedoel. Vaak is er maar een kleine aanleiding nodig en ik barst los. In dit geval is vragen stellen dus goed, en praten helpt echt. Als je ouders je niet begrijpen en je niet meteen naar een psycholoog wilt, is er misschien een vertrouwenspersoon op school of een trainer bij je sport met je goed overweg kunt. Of een goede vriend aan wie je alles kunt vertellen omdat hij je altijd steunt. En je moet leren met je problemen en gebreken te leven en wel zo, dat je het goed met jezelf en met de mensen van wie je houdt kunt vinden.”

Pubers vinden het zelf dus ook lastig hoe ze in contact blijven met hun omgeving. Het is geen onwil maar ze zitten in een soort spagaat, aan de ene kant willen ze zelfstandig zijn en hun eigen oplossingen bedenken en aan de andere kant zijn ze nog zoekende in een goede balans tussen emotie en ratio. Dit heeft met ervaring en training te maken en daar hebben ze onze begeleiding nog hard bij nodig. Blijven communiceren met ze en met ze in gesprek gaan.

Wordt vervolgd.